Een centrifuge kiezen: waar moet je rekening mee houden?
Criteria om rekening mee te houden
1. Aard van de toepassing
Allereerst dien je vast te stellen welk type monster je wilt verwerken (bloed, cellen, bacteriële suspensies, plantenextracten, enz.) en wat het doel is van het centrifugeren: fasenscheiding, celverzameling, klaring, concentratie of zuivering. Sommige toepassingen vereisen lage snelheden (bijv. de scheiding van plasma), andere juist hoge centrifugaalkrachten (bijv. de scheiding van celorganellen of DNA).
Voor bepaalde toepassingen, met name in de medische biologie en de klinische diagnostiek, dienen centrifuges IVD-gecertificeerd (In Vitro Diagnostic Medical Device). Deze certificering garandeert dat de apparatuur voldoet aan de Europese regelgeving (EU-verordening 2017/746) inzake medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek. Hierdoor ben je zeker dat je je centrifuge op een betrouwbare en veilige manier kan gebruiken voor het analyseren van biologische menselijke monsters voor de diagnose, het opvolgen en het voorkomen van ziekten.
Ons aanbod centrifuges
2. Snelheid en centrifugaalkracht (RCF)
Twee eenheden zijn van belang:
- RPM (toeren per minuut): het aantal omwentelingen per minuut.
- RCF (Relatieve Centrifugaalkracht): de kracht die op de monsters wordt uitgeoefend, uitgedrukt in G.
De RCF is een nauwkeuriger factor dan enkel de snelheid, omdat de RCF ook afhankelijk is van de grootte van de rotor. Voor biologische toepassingen volstaat meestal een centrifuge met een RCF tussen 300 en 5.000 G. Dit bereik wordt veel gebruikt in de hematologie (voor de scheiding van bloedcomponenten), de urineanalyse (voor het concentreren van afzettingen), en de celbiologie (voor de verzameling van cellen of celresten).
Voor meer geavanceerde toepassingen, zoals ultracentrifugeren, heb je een model nodig dat meer dan 100.000 G aankan. Deze hoge krachten zijn in het bijzonder geschikt in de moleculaire biologie (voor de zuivering van DNA of eiwitten), de microbiologie (voor de isolatie van bacteriën of virussen), en het biomedisch of farmaceutisch onderzoek (voor de scheiding van celorganellen of biomoleculen met een grote precisie).
3. Type rotor
De rotor heeft een grote invloed op de bruikbaarheid met je buizen en op het type scheiding:
- Hoekrotor: de buizen blijven onder een hoek staan – ideaal voor snelle scheiding van dichte deeltjes.
- Draaibare rotor (ook wel swingout rotor of horizontale rotor genoemd): de buizen staan rechtop tijdens het centrifugeren – dit bevordert zuivere dichtheidsgradiëntscheidingen.
Sommige modellen bieden verwisselbare rotors, wat zorgt voor meer flexibiliteit.
Het belangrijkste verschil tussen een hoekrotor en een draaibare rotor ligt in de richting van de buizen tijdens het centrifugeren. In een hoekrotor blijven de buizen onder een vaste hoek staan, wat zorgt voor snelle scheiding maar wat ook afzetting op de wanden kan veroorzaken. In een draaibare rotor staan de houders daarentegen rechtop dankzij de centrifugale kracht, waardoor de afzettingen netjes onderaan de buis terechtkomen – ideaal voor klinische analyses.
4. Capaciteit en formaat van de buizen
Let zeer goed op de volgende zaken:
- Het maximale volume per buis (van enkele honderden µL tot meerdere liters).
- Het aantal posities op de rotor.
- Bruikbaarheid met de buizen, flacons of microbuizen in je protocol.
Voor micromonsters kies je het best een rotor die bruikbaar is met buizen van 1,5 of 2 ml.
Bij gevoelige monsters (bv. eiwitten, enzymen, levende cellen) kan een temperatuurstijging schadelijk zijn. Met een gekoelde centrifuge, zoals de FC5513R, kan je de temperatuur constant houden, doorgaans tussen –10 °C en +40 °C.
5. Veiligheid en gebruiksgemak
Aangezien een centrifuge een apparaat is met hoge kinetische energie, zijn er verschillende essentiële veiligheidselementen:
Het gebruiksgemak (digitaal display, programmeerbare instellingen, gemakkelijke toegang tot de rotor) is ook belangrijk wanneer je veel monsters te verwerken hebt, het druk is in je laboratorium, enz.
6. Beperkingen qua ruimte en budget
Tot slot dien je rekening te houden met:
- De beschikbare ruimte in het laboratorium: compacte centrifuge, tafelmodel of vrijstaand model.
Bijvoorbeeld:- Mini-centrifuge: 128 x 150 x 168 mm
- Microcentrifuge: 286 x 287 x 555 mm
- Vrijstaande centrifuge: 980 x 690 x 620 mm
- Het geluidsniveau
- Het budget: een basismodel microcentrifuge kost enkele honderden euro’s, terwijl een gekoeld model met meerdere rotors meer dan €10.000 kan kosten.
Let ook op de onderhoudskosten (vervanging van dichtingen, inspectie van de rotors, enz…)
Conclusie
De keuze van een centrifuge hangt af van veel technische, logistieke en economische factoren. Door middel van een grondige analyse van je werkelijke behoeften, afgestemd op je toepassingen en werkomstandigheden, maak je een optimale, duurzame en veilige investering. Aarzel niet om contact met ons op te nemen.








